Beeld in de kijker

Opgaande moeraseik als vredesboom

Bij het binnenrijden van Machelen bij Zulte staat op een rond punt een mooi uitgegroeide vredesboom bij een oorlogsgedenkteken van Antoon Van Parys. Het duo is reeds meer dan honderd jaar onafscheidelijk. Bij de inhuldiging in 1920 was gans het dorp op de been, met de prominenten en de fanfare op kop. Iedereen kende de betekenis van de vredesboom, een herdenking aan de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. De moeraseik heeft de wegenwerken van 2010 goed doorstaan, mede door de nodige aandacht die de boom toen kreeg en zijn ruime standplaats. Zowel het gebrek aan waardering voor een boom-met-betekenis als het ondoordacht uitvoeren van bodemingrepen kunnen bomen op enkele jaren tijd volledig om zeep helpen. Al eeuwenlang bestaat de traditie om op een centrale plaats in een gemeenschap een boom aan te planten om een bepaalde gebeurtenis te herdenken. Die bomen noemen we ‘herdenkingsbomen’. Een vrijheidsboom is een bepaald type herdenkingsboom. Een vrijheidsboom wordt als symbool voor vrijheid en democratie aangeplant bij bepaalde scharniermomenten in de geschiedenis. Het is een traditie die uiteindelijk teruggaat op eeuwenoude gebruiken. Soms kunnen vrijheidsbomen ook een specifiekere naam hebben. Vredesbomen zijn vrijheidsbomen die zijn aangeplant na het einde van de Eerste Wereldoorlog of, in beperktere mate, na de Tweede Wereldoorlog. De overgrote meerderheid van de vredesbomen zijn aangeplant in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Na de bevrijding in 1918 werden de gemeenten via een omzendbrief van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Charles de Broqueville aangemoedigd om een boom te planten ter herdenking van de slachtoffers van de Groote Oorlog. Deze vredesbomen werden hoofdzakelijk aangeplant in het najaar van 1919 en 1920. Ze zijn opgericht als een publiek herdenkingsmonument en zijn vaak vergezeld van een oorlogsgedenkteken dat meestal iets later in de jaren 1920 werd opgericht. Meer dan de helft van de geregistreerde vredesbomen zijn linden. Het betreft voornamelijk zilverlinde, zomerlinde en Hollandse linde. Winterlinde komt slechts enkele keren voor. Daarnaast zijn de meest voorkomende soorten zomereik en bruine beuk. Zeldzamer zijn plataan, paardenkastanje of gewone es. Verder werden ook Spaanse aak, wintereik, Amerikaanse eik, moeraseik, acacia, Italiaanse populier, moerascypres, gele treurwilg, treurbeuk, taxus,… aangeplant: van deze boomsoorten is ons telkens slechts één exemplaar bekend. De vredesboom staat steeds op een centrale plek, waar veel mensen voorbijkomen. Een heel vaak voorkomende plaats is een openbaar plein in de dorps- of stadskern. Iets meer dan tien procent van de bomen is aangeplant op het kerkhof. Typerend is de plek tussen de kerk en het gemeentehuis, tussen het geestelijke en het wereldlijke. De tuin van de dorpsschool of de stadsvesten zijn andere locaties die werden geregistreerd. Het planten van een vredesboom ging steeds samen met plechtigheden zoals kerkelijke vieringen, vredesstoeten en ceremonies. Door het in grote getale aanplanten van bomen na de Eerste Wereldoorlog beschikt Vlaanderen over een mooi patrimonium honderdjarige bomen, die vaak een groene blikvanger in de dorpskern zijn. Het komt voor dat de oorspronkelijke boom in de loop van de laatste jaren werd vervangen door een nieuwe boom, het gaat immers om levend erfgoed. Dit is een goede oplossing als laatste redmiddel. Helaas zijn er ook veel vredesbomen verdwenen in de loop van de voorbije decennia, en niet vervangen. Momenteel zijn 125 vredesbomen geïdentificeerd. Deze zijn te raadplegen via de Inventaris Onroerend Erfgoed.

Naar afbeelding