Beeld in de kijker

Kastanjedreef: grafitto ingekrast op bodem van kom

Vergeet-mij-nietjes in de 2000 jaar oude kommen in Elewijt In 2018 werd bij een opgraving van het agentschap Onroerend Erfgoed een depositie van kommen in koperlegering aangetroffen. De opgraving vond plaats naar aanleiding van een toevalsvondstmelding. Het opgravingsterrein bevond zich aan de noordelijke rand van de Romeinse vicus. We troffen er o.a. de goed bewaarde Romeinse weg Baudecet-Rumst aan en de oventjes van een metaalatelier. De kommetjes van de depositie waren van groot naar klein in elkaar gezet. Tussen de kommetjes en in het bovenste kleinste kommetje waren resten van gedroogd plantaardig materiaal zichtbaar. De buitengewone bewaring van de plantenresten is het gevolg van het unieke microklimaat binnenin de depositie door de corrosieproducten van de koperlegering. Tussen de plantenresten herkende collega Jan Bastiaens naast grassen ook kruiden zoals vergeet-mij-nietjes, veerdelig tandzaad en ratelaar. Bij de pollenstalen identificeerde collega Koen Deforce oa. klaprozen, smalle weegbree, kattestaart, spirea, ganzerik en struikheide. Het gaat dus om gedroogde planten die als verpakkingsmateriaal gebruikt zijn. De planten kunnen afkomstig zijn van verschillende vegetatietypes, al lijkt natte graslanden en oevers een mogelijke wat nauwere omschrijving voor de plaats waar de meeste van deze planten konden voorkomen. Rituele deposities van kostbare objecten en in het bijzonder vaatwerk komen wel vaker voor. Het aantreffen van plantaardig verpakkingsmateriaal is eerder zeldzaam. Een tweetal Romeinse deposities van metalen vaatwerk zijn op een zeer gelijkaardige manier gestapeld en verpakt met plantaardig materiaal ertussen, namelijk de zgn. deposities van Pewsey (Wiltshire, in het zuidwesten van Engeland) en Hoxne (Suffolk, in het oosten van Engeland). De Romeinse zilverschat van Augst werd verpakt in gedroogde grassen met bloemen van de madeliefjesfamilie. Minstens even verrassend als de goede bewaring van de plantenresten was de zgn. graffito die ingekrast stond op de bodem van één van de kommen. Daar staat namelijk geschreven wie de kommen aan de goden geofferd heeft: Prima, Massa en Peregrinus. Naast de naam Massa staat een “f” van fecit (heeft gedaan/gemaakt). Massa is een keltische naam van een man. Prima is een Latijnse vrouwennaam en Peregrinus is een Latijnse mannennaam. Massa is de naam van de man die het offerritueel uitgevoerd heeft. Mogelijk zijn Prima zijn vrouw en is Peregrinus hun zoon. Het was in de Romeinse tijd de gewoonte dat de pater familias de offerrituelen uitvoerde. Marleen Martens #BeeldindeKijker - juni 2022

Naar afbeelding