Beeld in de kijker

Schuilkelder

Kijk op de U-vormige buis ingericht als verblijfplaats voor vleermuizen. Driemaal: Bezet, Bezet, Bezet. Iedereen kent de gemeente Overijse tussen Brussel en Waver. De smaakvolle blauwe druiven, de glazen dorpen, de druivenkoningin, de slingerende, steile S-bocht vanaf het dal van de IJse door het hoger gelegen centrum van de gemeente waar meerdere wielerkoersen al door raasden. Wat weinigen weten: Overijse telt in totaal acht of negen schuilkelders die dateren uit de jaren 1941-1942. Ook voor dit erfgoed geldt dat als het geen hedendaagse invulling krijgt, dit uiteindelijk uit het geheugen dreigt te verdwijnen en later vernield of volledig vergeten wordt. Als verantwoordelijke voor het opvolgen en onderzoeken van de archeologische toevalsvondsten in het oostelijk deel van Vlaams-Brabant kwam ik in april 2012 voor het eerst in aanraking met dit erfgoed toen men bij de inrichting van het stationsplein te Overijse op een ondergrondse betonnen constructie stootte die later een dubbele schuilkelder bleek te zijn. Deze kon worden gedocumenteerd en opgemeten, maar de eigenlijke schuilkelder was door de hoge grondwaterstand niet volledig toegankelijk en ik bleef op mijn honger zitten om zo’n schuilkelder eens volledig te betreden. Ondertussen was Regionaal Landschap Dijleland vzw al enkele jaren in overleg met de lokale vereniging van Natuurpunt én in samenwerking met de gemeente Overijse en IGO van plan om samen een schuilkelder ten zuiden van het centrum van Overijse langs de Waversesteenweg, heel sterk gelijkend op deze van het stationsplein, in te richten als winterschuilplaats voor vleermuizen. Door de ondergrondse ligging is de temperatuur van zo’n kelder goed gebufferd. Bovendien staat de schuilkelder soms deels onder water, wat ideaal is voor de nieuwe bezetters. Als een bedreigde diersoort, vleermuizen zijn koesterburen (www.koesterburen.be), kan geholpen worden met erfgoed is dit een win-winsituatie. En zo doende gebeurde. De schuilkelder werd geruimd, het water weggepompt, er werden nieuwe toegangsdeuren met vliegopening aangebracht en men zorgde voor het aanbrengen van bakstenen en houten nestkastjes waarin vleermuizen zich zo graag nestelen in de wintermaanden. In oktober 2013 werd ik uitgenodigd door Regionaal Landschap Dijleland vzw om deel te nemen aan een bezichtigings- en persmoment waar ik me direct op inschreef. Eindelijk zou ik een schuilkelder volledig kunnen betreden. Ik betrad de schuilkelder met de nodige ideeën over hoe dit er uit zou zien. Inderdaad, dit klopte volledig met wat we hadden kunnen observeren in de schuilkelder aan het stationsplein: een ingang en uitgang waar zich eveneens een soort sas bevond, een toilet dat nog bezet was en dan de onmiskenbare buis in U-vorm met tegen de wanden banken die waren voorzien voor de burgers die schuilden tegen de dreigende bomaanvallen. Indrukwekkend. Een speciaal, maar voldaan gevoel om dit te betreden. Deze winterschuilplaatsen zijn tijdens open monumentendagen soms toegankelijk en ik raad iedereen aan om dit recente erfgoed dan te bezoeken. De gebeurtenissen van WO II, die ons later wereldbeeld erg zouden beïnvloeden en een grote impact hadden op onze levenswijze en de wereld van nu, liggen zo veraf en toch dichtbij.

Naar afbeelding