Beeld in de kijker

Wederopbouwhoeve

“Beste mensen, Ik ben vandaag eventjes jullie gids. Dat de Eerste Wereldoorlog hier in de Westhoek flink heeft huisgehouden, is tijdens jullie bezoek aan het In Flanders Fields-museum ongetwijfeld duidelijk geworden. In de zuidelijke Westhoek was niet alleen de stad Ieper volledig verwoest, maar ook het platteland was tot een doods, pokdalig landschap herschapen. Intussen is de stad al vele decennia heropgebouwd en zijn de mijnkraters, bomputten, bunkers en loopgrachten opgeruimd. Maar hier en daar, waar er slag was geleverd of een veldhospitaal lag, blijft het landschap ingezaaid met Engelse militaire begraafplaatsen. Andere fascinerende leestekens in het landschap zijn de vele hoeves die na de oorlog werden heropgebouwd. Net als deze wederopbouwhoeve laten ze zich veelal herkennen aan hun rode baksteenbouw en regionalistische architectuur. De zadeldaken worden, zoals van deze varkens- en koestal, doorbroken door een of meer laadvensters onder sleepdak. In de oksel met de aanleunende paardenstal bevindt zich het buitentoilet. De grote graanschuur van weleer heeft ook hier met de wederopbouw plaats gemaakt voor een schuurvleugel, die zowel een kleine dwarsschuur als een wagenhuis, een kalverenstal en kippenhok herbergt. De veeteelt had immers sinds het laatste kwart van de 19de eeuw in grote mate aan belang gewonnen ten nadele van de graanteelt. Voor het woonhuis werd bij de wederopbouw het oude concept van een laaghuis met opkamer verder aangehouden, ook al tekent zich dit meestal niet meer af in een nokverschil. Kenmerkend voor de wederopbouw is dat het boerenhuis veelal geïsoleerd staat en zich met zijn representatieve gevel en voortuin soms naar de straat richt. Veevoeder werd niet langer in het woonhuis bereid, maar in een voederhok dat doorgaans in het verlengde van de stallen werd voorzien. Bij de wederopbouw werd immers in belangrijke mate ingezet op meer hygiëne voor mens en dier. Ook nieuwe bouwmaterialen zoals beton deden hun intrede, in het bijzonder voor gewelven, tussenschotten en eetbakken. Door haar eenvoudige vormentaal wijkt deze hoeve wel enigszins af van veel andere wederopbouwhoeves. De zijgevels zijn niet afgewerkt met schouderstukken, aandaken en vlechtingen en bekroond met een tuit. Wellicht is jullie de blauwe kleur van het schrijnwerk opgevallen? Welnu, de wederopbouw van deze pachthoeve gebeurde in opdracht van de familie Merghelynck, die in haar wapen een blauwe en gele kleur voerde. Het familiewapen prijkt bovendien in de voorgevel van het woonhuis. Voor de wederopbouw van deze hoeve en een zeer vergelijkbare hoeve in dezelfde straat deed de douairière Merghelynck-Hynderick de Theulegoet beroep op Cyrille Schmidt. Deze Ieperse architect, die noodgedwongen vanuit het minder gehavende Poperinge opereerde, ontwierp talrijke wederopbouwhoeves. Eén van zijn andere belangrijke opdrachtgevers waren de Ieperse Burgerlijke Godshuizen, eigenaar van zeer veel landerijen en boerderijen, waaronder het Oost-, Zuid-, West- en Noord-Bellegoed. Met zijn opdracht voor de familie Merghelynck was hij klaar in 1924, tot grote vreugde van de vooroorlogse pachter Dierickx, die maar al te graag opnieuw de hand aan de ploeg wou slaan. Ik dank jullie voor jullie aandacht.”

Naar afbeelding